Ramptoerist of rasoptimist? De psychologie achter nieuws en media

man die het nieuws leest op zijn tablet

Het nieuws speelt een grote rol in ons dagelijks leven. Het journaal wordt een paar keer per dag uitgezonden, we lezen de (digitale) krant en ieder uur komt het nieuws op de radio. Dan hebben we nog nieuwssites en ten slotte sociale media. Kortom: we kunnen er niet omheen. Iedere dag horen we wel wat er is gebeurd, belangrijk en minder belangrijk. Soms dingen die in Nederland gebeuren, maar nog vaker dingen die aan de andere kant van de wereld zijn gebeurd. Omdat het nieuws zo’n grote rol speelt in ons leven, heeft dit ook bepaalde effecten op ons. Deze psychologische effecten ga ik in dit blog aan jullie uitleggen.

Liever negatief dan positief

Vaak valt het mij op dat nieuws voornamelijk negatief is. Op sociale media en in het nieuws van de vooruitgang komen vaker positieve dingen naar voren, maar op de grote kanalen worden vooral negatieve dingen verteld. Er is een vliegtuig neergestort, er is een aanslag geweest of de koningin is uit haar jurk gescheurd. Hoe kan het dat we dit soort negatieve, sensationele dingen veel interessanter vinden om te horen dan positieve dingen?

Dat kunnen we verklaren doordat onze aandacht eerder wordt getrokken en wij meer worden beïnvloed door negatieve zaken dan door neutrale of positieve zaken. Dit noemen we ook wel de negativiteitsbias. Rozin en Royzman deden in 2001 onderzoek naar de negativiteitsbias. Zij vonden dat negatieve gebeurtenissen meer invloed hebben op ons omdat wij het interessanter vinden: we vertellen het liever aan anderen omdat het spannend is. Het is dus heel logisch dat journalisten zich focussen op negatief nieuws. Daarnaast zijn zij natuurlijk ook slachtoffer van de negativiteitsbias, waardoor ze als vanzelf meer naar negatief nieuws toe worden getrokken.

Spannend nieuws is interessant nieuws

Een voorbeeld van negatief nieuws is een vliegtuigcrash: wanneer dit gebeurt is iedereen in rep en roer, vooral als er ook Nederlanders in het vliegtuig zaten (want dan kunnen we ons beter identificeren met de slachtoffers en familie). Omdat zulk nieuws erg negatief is, trekt het vanzelf veel aandacht. Zo’n crash is daardoor top of mind bij een groot deel van de mensen. Een effect wat hierdoor optreedt is dat mensen denken dat het vaker gebeurt dan dat het daadwerkelijk gebeurt. Dit noemen we ook wel de beschikbaarheidsbias: we denken dat dingen die we ons gemakkelijk herinneren vaker gebeuren dan andere dingen, zonder rekening te houden met de statistische kans dat iets gebeurt. Wanneer iets voor ons erg emotioneel of spannend is, onthouden we het beter. Dingen die niet spannend zijn, onthouden we niet of minder goed. Hierdoor lijkt het net alsof spectaculaire dingen vaker gebeuren dan ‘normale’ dingen. Uiteindelijk worden normale dingen natuurlijk ook niet in het nieuws besproken, waardoor het nog meer lijkt alsof er meer negatieve dingen gebeuren dan positieve dingen.

Een bijzonder effect dat optreedt wanneer er iets in het nieuws komt houdt verband met zelfmoorden. Bizar maar waar: er worden meer zelfmoorden gepleegd nadat er een zelfmoord in het nieuws is gekomen (Philips & Carstensen, 1986) en wanneer dit voorkwam in een film (Gould & Shaffer, 1986). Dit noemen we ook wel het Werther effect. Wij leiden ons eigen gedrag vaak af uit het gedrag van anderen. We doen graag wat ‘normaal’ wordt gevonden, zodat we bij de groep horen. Op het moment dat een zelfmoord veel in het nieuws is gekomen, lijkt dat een beetje normaler dan eerst. Hierdoor gaan mensen die daarvoor nog niet zelfmoord zouden plegen dit ineens wel doen. Dat zijn er natuurlijk niet veel meer, maar wel significant meer!

Eenzijdige blik

We onthouden dus voornamelijk de dingen die voor ons een sterk gevoel oproepen of die bijzonder zijn. Doordat we alleen opvallende ofwel anekdotische gevallen onthouden, krijgen we best een vertekend beeld van de maatschappij. Wanneer wij voor onszelf een bepaald beeld hebben gevormd, gaan we ook behoorlijk selectief te werk in wat we wel en niet onthouden. Jawel, er is nog een bias: de bevestigingsbias. Dit betekent dat we selectief informatie zoeken en onthouden die ons wereldbeeld bevestigt (Nickerson, 1998). Het is daardoor erg moeilijk voor mensen om een objectief beeld te hebben van de wereld. Zo las ik laatst in een artikel van NOS dat Europeanen denken dat er veel meer moslims in hun land wonen dan eigenlijk het geval is. Zou dit kunnen komen doordat het zo veel in het nieuws is en we hierdoor denken dat het vaker voorkomt?

Een ander voorbeeld hiervan is het veelbesproken zelfbeeld van jonge vrouwen dat beïnvloed wordt door de populaire media. In vrouwenbladen zien we bijvoorbeeld alleen knappe, slanke, rijke en populaire vrouwen. Doordat we dit zo vaak zien, lijkt het net alsof het heel normaal is dat vrouwen zo zijn. Dit heeft een grote invloed op het zelfbeeld van veel vrouwen die zichzelf niet zo knap, slank, rijk of populair vinden. Zij voelen zich minderwaardig en hebben het gevoel dat ze anders moeten zijn. Wanneer we meer vrouwen van alle soorten en maten in de media laten verschijnen, kan dit beeld worden bijgesteld. Er lijkt al een beweging in gang te zijn om dit steeds meer te doen.

Doordat we zo gefocust zijn op bijzondere (anekdotische) gebeurtenissen en mensen, en deze zaken veel voorkomen in de media, denken we dus deze dingen vaker voorkomen dan eigenlijk het geval is. Zo kan wat er in het nieuws komt best een grote invloed hebben op ons. Ik denk dat het belangrijk is om altijd stil te staan bij het grotere plaatje en niet alleen te luisteren naar de berichten die rondgaan. Merk jij aan jezelf dat je meer interesse hebt in negatieve gebeurtenissen, of ben je een rasoptimist? En kijk, luister of lees jij altijd het nieuws? Laat het weten in de reacties.

 Ramptoerist of rasoptimist? De psychologie achter nieuws en media