Gastblog: Waarom etnisch profileren ons allemaal aangaat

image-47095

Jesse van Ostaden werkt als online marketeer bij Onemotion en als onderzoeker bij Objectief. Daarnaast heeft hij, net als wij, ontzettend veel verstand van psychologie en gedragsverandering, en is het een ontzettend aardige gast. Het nieuws over de aanhouding van Typhoon afgelopen week zette hem aan het denken en aan het schrijven. Hij schrijft in dit gastartikel voor SHIFT over ‘etnisch profileren’ en de psychologie daarachter. 

 

typhoonHet is een veelgehoorde discussie sinds de staande houding van rapper Typhoon vorige week: het zogenaamde etnisch profileren. Glenn de Randamie, zoals zijn eigenlijke naam luidt, werd staande gehouden omdat zijn profiel niet zou matchen met de auto die hij reed, zo verklaarde hij zelf. De politie gaf daarop toe dat bepaalde groepen vaker gecontroleerd worden omdat zij nu eenmaal sterker vertegenwoordigd zijn in de criminaliteitscijfers.
Hierop volgde een grote landelijke discussie. Een argument van voorstanders van het etnisch profileren is dat dit nu eenmaal een efficiëntere manier is om criminelen op te sporen. Zij stellen dat hier geen racisme in het spel is: dat sommige groepen vaker verdacht worden van misdrijven is statistisch hard te maken.
Tegelijkertijd waren er mensen die dit beleid discriminerend vinden, aangezien bepaalde bevolkingsgroepen hiermee meer kans lopen staande te worden gehouden, zonder dat het duidelijk is of zij iets fout gedaan hebben.

De impact van vooroordelen

Voor beide kanten van het debat valt wat te zeggen, maar een invalshoek ontbrak in mijn optiek: de psychologische gevolgen van etnisch profileren. Wanneer bepaalde bevolkingsgroepen, zoals Antilianen of Marokkanen, vaker aangehouden worden, kan het bijvoorbeeld gebeuren dat zij zich daadwerkelijk crimineler gaan gedragen.

Stereotype threat

Dit is te verklaren vanuit de theorie van “stereotype threat”. Dit houdt in dat mensen zich naar een bepaald stereotype gaan gedragen. Zo scoorden in een onderzoek vrouwen bij een wiskundetest aanzienlijk slechter wanneer hun geslacht van tevoren benadrukt werd, ten opzichte van vrouwen bij wie dat niet gebeurde. Hierdoor voldeden zij onbewust aan het stereotype dat vrouwen slechter in wiskunde zijn dan mannen. Zo kan dat in dit geval ook werken: wanneer mensen zich als crimineel behandeld voelen, bestaat de kans dat zij zich daadwerkelijk crimineler gaan gedragen.

Omgekeerd causaal verband

Daarnaast kan het verband tussen etniciteit en crimineel gedrag twee kanten op werken. Wanneer mensen van een bepaalde afkomst vaker staande worden gehouden, is de kans groter dat deze bevolkingsgroepen uiteindelijk ook vaker in de gevangenis belanden. Vervolgens wordt het verschil tussen groepen steeds groter, wat het zogenaamde “wij-zij denken” in de hand kan werken. Dit effect is al eerder beschreven in deze column over het succes van Donald Trump. Simpel gezegd kan er een soort tweedeling ontstaan in de samenleving, waarbij de groepen die vaak gecontroleerd worden zich vervreemden van groepen bij wie dit niet gebeurt. Ook hebben mensen hierdoor de neiging negatiever te denken over mensen die niet tot hun groep behoren, wat outgroup derogation genoemd wordt.

Handle with care

Hiermee is niet gezegd dat het vaker controleren van mensen met een bepaald profiel totaal niet mag gebeuren. Het kan simpelweg effectief zijn en het probleem wat betreft criminaliteit mag niet gebagatelliseerd worden. Het is echter wel zaak hier voorzichtig mee om te gaan en de gevolgen goed in kaart te brengen, gezien het effect dat het met zich mee kan brengen, niet alleen op de directe betrokkenen, maar op de gehele maatschappij.

 

Door Jesse van Ostaden

 

Bron afbeelding

 Gastblog: Waarom etnisch profileren ons allemaal aangaat